Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 24

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Arnhem 2010

1.. Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de Monumentenverordening 2000 van de gemeente Arnhem en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze verordening. 2.. Beschermde gemeentelijke monumenten, die zijn aangewezen en geregistreerd onder de werking van de Monumentenverordening 2000 van de gemeente Arnhem worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 3.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Monumentenverordening 2000 van de gemeente Arnhem is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 4.. Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om vergunning krachtens de Monumentenverordening 2000 van de gemeente Arnhem wordt beslist met toepassing van deze verordening. 5.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten, archeologische monumenten, archeologische waardevolle gebieden, archeologische verwachtingsgebieden en beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten treedt zij in werking één dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel