Naar hoofdinhoud
1.. Het college registreert de ontvangst van een hulpvraag. 2.. Het college verzamelt alle voor het gesprek als bedoeld in artikel 3 noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. 3.. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 4.. Zo spoedig mogelijk nadat de gegevens zijn verzameld, maakt het college een afspraak voor een gesprek. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de mogelijkheid om binnen 7 dagen na ontvangst van de hulpvraag een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen en bij het college in te dienen. Als de jeugdige en/of zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 5.. Indien de gegevens van de jeugdige en zijn situatie reeds voldoende bekend zijn, kan het college afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid. 6.. Het door het college ondertekende verslag en –ingeval van een door het college noodzakelijk geachte individuele voorziening- ‘mijn plan’ worden door de jeugdige en/of zijn ouders voor akkoord ondertekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel