**1..** Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden voor binnen de
gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
eigenarenbelasting.
**2..** Bij de gebruikersbelasting wordt:gebruik door degene aan wie een deel
van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker),
aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven
(verder: de gebruikgever);
de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
op de gebruiker;het ter beschikking stellen van een onroerende
zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld;
degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
die zaak ter beschikking is gesteld.
**3..** Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 1
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende- zaakbelastingen 2017