In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
harddrugs: middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet;
softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes) zoals omschreven in lijst II behorend bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj, marihuana, weed, wiet of stuff;
handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de aflevering van de drugs elders plaatsvindt;
horecabedrijf: een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening;
horecavergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet;
lokaal: een pand al dan niet toegankelijk voor het publiek, zoals een winkel, café, loods of bedrijfsruimte. Onder lokaal wordt tevens verstaan het bij het lokaal behorende erf;
woning: een pand dat in hoofdzaak dient tot bewoning dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop- als huurwoningen vallen onder deze definitie. Onder woning wordt tevens verstaan het bij een woning behorende erf;
sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet.