Een melding kan door of namens een persoon worden gedaan:
bij de door het college vastgestelde professionals uit het lokale dorpsnetwerk, in de buurt waar de persoon woont;
digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale loket;
telefonisch via het centrale informatienummer van de gemeente;
schriftelijk;
via een andere, door het college geopende mogelijkheid.
De medewerker die de melding in behandeling neemt stelt vast:
of het een melding in het kader van de wet is;
verwijst, indien dat niet het geval is, de persoon zo nodig direct door naar waar dezezich wel kan vervoegen.
3.De medewerker bevestigt de melding schriftelijk en informeert de cliënt of degene namens wie de melding is gedaan over de mogelijkheid om binnen 7 dagen zelf een plan teoverleggen en gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. De schriftelijke bevestiging van de melding kan achterwege blijven als door of namens de cliënt wordt aangegeven op basis van de verstrekte informatie naar aanleiding van de melding geen behoefte meer te hebben aan een verdere behandeling van zijn melding.
4.Als de in het derde lid, tweede volzin, genoemde situatie niet van toepassing is, stelt demedewerker een onderzoek in volgens een door het college vast te stellen procedure.
5.Als de situatie van de cliënt bij de medewerker voldoende bekend is, kan het onderzoek inoverleg met de cliënt worden beperkt tot de onderdelen die volgens de medewerker en decliënt of zijn vertegenwoordiger of mantelzorger van belang zijn in relatie tot de melding.
6.In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Melding en onderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2017