Naar hoofdinhoud

Artikel 4.6

OndersteuningIndividueel gericht op ontwikkeling en stabilisatie

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2017

Inleiding Ondersteuning individueel betreft de begeleiding van de cliënt bij het zelfstandig kunnen wonen en participeren in de maatschappij. De ondersteuning is gericht op het kunnen verrichten van de dagelijks noodzakelijke activiteiten door de cliënt. Voor het definiëren van de levensdomeinen en de te behalen resultaten wordt gebruik gemaakt van de levensdomeinen van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Op elk van deze levensdomeinen wil de Gemeente met Ondersteuning een of meerdere resultaten behalen die bijdragen aan het hoofddoel: Resultaten gericht op voorkomen Resultaten gericht op ontwikkeling, groei, doorstroom, uitstroom Resultaten gericht op stabilisatie, behoud en voorkomen achteruitgang In geval van individuele ondersteuning in natura zorgt het college dat de betreffende aanbieder een ondersteuningsplan opstelt. In dien dat uit het onderzoek naar voren is gekomen, wordt onder deze afspraken ook verstaan het bespreken van de mogelijkheden die de cliënt zelf heeft, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk van de cliënt, of de eventuele inzet van vrijwilligers Met deze werkwijze wordt door de cliënt en aanbieder een basis gelegd voor de invulling van de maatwerkvoorziening. Om de resultaten op de verschillende levensdomeinen te behalen kunnen verschillende vormen van Maatwerkvoorzieningen ingezet worden. We onderscheiden allereerst de volgende vormen van Begeleiding individueel: Gericht op ontwikkeling (doorstroom en uitstroom) Ontwikkelen en coachen; Ontwikkelen Plus Gericht op stabiliseren (voorkomen van achteruitgang) Stabiliseren en helpen bij (gericht op stabiel houden en voorkomen van achteruitgang);) Stabiliseren en overnemen; Stabiliseren Plus. Persoonlijke verzorging Afwegingskader De inhoud van het resultaat ‘het kunnen verrichten van de dagelijkse noodzakelijke activiteiten’ bestaat uit activiteiten gericht op het verplaatsen en bewegen, het aanbrengen van structuur en regie en het oefenen op de beperking te verminderen en om zelfredzaam te worden. Daarbij moet steeds worden nagegaan of de noodzakelijke activiteiten onder de Zvw, Wlz, Jeugdwet of de Wmo 2015 valt. Allereerst beoordeelt het college of de noodzakelijke ondersteuning op het terrein van de Wmo 2015 ligt. Uitgangspunt is dat alle noodzakelijke activiteiten die onder de Zvw, Wlz of Jeugdwet vallen niet onder het Wmo 2015 resultaat kunnen vallen. Als de belanghebbende een Zvw-indicatie heeft, onderzoekt het college de inhoud daarvan. Heeft de belanghebbende een indicatie voor de Wlz, dan valt hij niet meer onder de Wmo 2015. Een combinatie van een individuele voorziening uit de Jeugdwet en uit de Wmo 2015 is wel mogelijk, bijvoorbeeld een woningaanpassing uit de Wmo en een voorziening begeleiding uit de Jeugdwet. Als uit onderzoek bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde noodzakelijke activiteiten nog door belanghebbende kunnen worden aangeleerd en is dit niet geïndiceerd, dan zal het college daarvoor nog een Zvw-indicatie behandeling aanvragen of belanghebbende verwijzen naar zijn zorgverzekeraar. Het resultaat valt dan niet onder de Wmo 2015. Persoonlijke verzorging richt zich op algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), persoonlijke hygiëne en lichamelijke basiszorg om een tekort aan zelfredzaamheid op dit gebied op te lossen door het aanleren dan wel overnemen van taken zodat de Cliënt zo lang mogelijk zelfredzaam is en deel kan nemen aan de samenleving. Het kan gaan om taken zoals wassen, aan- en uitkleden, in en uit bed gaan, toiletgang, bewegen, vervangen katheter/ stomazakje, toedienen sondevoeding, aanreiken medicijnen. Gemeenten zijn voor alle Cliënten, zowel onder als boven de 18 jaar alleen verantwoordelijk voor het gedeelte van persoonlijke verzorging dat niet onder voorliggende wetgeving zoals de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg valt. Wanneer de PV gericht is op geneeskundige zorg of een hoog risico daarop dan is de Zorgverzekeringswet van toepassing (artikel 2.10 Besluit zorgverzekering). Daarna beoordeelt het college in hoeverre een belanghebbende in staat is op eigen kracht het resultaat te bereiken. Het kan zijn dat huisgenoten kunnen helpen op grond van de ‘gebruikelijke zorg’. Zo is bijvoorbeeld het bijhouden van de administratie een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in een huishouden. Kan één van de huisgenoten dit niet meer doen dan zullen eerst de andere huisgenoten dit over moeten nemen. Pas als ook zij dat niet kunnen, kan de noodzaak tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening ontstaan. Verder beoordeelt het college of het steunsysteem van belanghebbende of een vrijwilliger kan helpen, of dat er algemene voorzieningen zijn die een bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van het resultaat. Het college houdt rekening met de draagkracht van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigen de overbelasting van de mantelzorger een maatwerkvoorziening aan de verzorgde belanghebbende worden toegekend. Als het voorafgaande niet geleid heeft tot het bereiken van het resultaat zal het college een maatwerkvoorziening moeten toekennen. Vervolgens bepaalt het college wat noodzakelijk is om belanghebbende in staat te stellen de dagelijks noodzakelijke activiteiten te (laten) verrichten. Het gaat daarbij om een selectie uit de hierboven genoemde groepen activiteiten. Gericht op ontwikkeling (doorstroom en uitstroom) Ontwikkelen en coachen bij Ontwikkelen Plus Gericht op stabiliseren (voorkomen van achteruitgang) Stabiliseren en helpen bij (gericht op stabiel houden en voorkomen van achteruitgang); Stabiliseren en overnemen; Stabiliseren Plus. Om tot een keuze te komen voor een maatwerkvoorziening wordt verwezen naar bijlage: Afwegingskaders Toegang Sociaal Domein op basis van inkoopdocument 2017 Ondersteuning groep gericht op ontwikkeling en stabilisatie Inleiding De tweede vorm van ondersteuning is ondersteuning groep gericht op ontwikkeling of stabilisatie. Begeleiding groep is gericht op een zinvolle daginvulling, dagstructuur, aanleren, oefenen, bestendigen of overnemen van vaardigheden en het ontplooien van talenten om zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te vergroten, dan wel achteruitgang te voorkomen. Voor het definiëren van de levensdomeinen en de te behalen resultaten wordt gebruik gemaakt van de levensdomeinen van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Op elk van deze levensdomeinen wil de Gemeente met Ondersteuning een of meerdere resultaten behalen die bijdragen aan het hoofddoel: Resultaten gericht op voorkomen Resultaten gericht op ontwikkeling, groei, doorstroom, uitstroom Resultaten gericht op stabilisatie, behoud en voorkomen achteruitgang In geval van ondersteuning groep in natura zorgt het college dat de betreffende aanbieder een ondersteuningsplan opstelt. In dien dat uit het onderzoek naar voren is gekomen, wordt onder deze afspraken ook verstaan het bespreken van de mogelijkheden die de cliënt zelf heeft, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk van de cliënt, of de eventuele inzet van vrijwilligers Met deze werkwijze wordt door de cliënt en aanbieder een basis gelegd voor de invulling van de maatwerkvoorziening. Om de resultaten op de verschillende levensdomeinen te behalen kunnen verschillende vormen van Maatwerkvoorzieningen ingezet worden. We onderscheiden de volgende vormen van Begeleiding groep: Gericht op ontwikkeling (doorstroom en uitstroom) Bij dit product kan er eventueel een opslag voor individueel vervoer of rolstoelvervoer toegekend worden Ontwikkelen Ontwikkelen plus. Gericht op stabiliseren (voorkomen van achteruitgang) Bij dit product kan er eventueel een opslag voor individueel vervoer of rolstoelvervoer toegekend worden Stabiliseren en begeleiden bij; Stabiliseren en overnemen; Stabiliseren Plus. Afwegingskader De inhoud van het resultaat ‘een ingevulde dag hebben’ bestaat uit het bieden van activiteiten die in plaats komen van (betaald) werk of het volgen van regulier of speciaal onderwijs. Het college bepaalt allereerst of de beperking van de belanghebbende gecompenseerd kan worden door gebruik te maken van wettelijk voorliggende voorzieningen, zoals regulier en speciaal onderwijs, opleiding, reguliere betaalde arbeid, of arbeid op grond van de Participatiewet, Wajong of de Wet sociale werkvoorziening. Het college beoordeelt vervolgens in hoeverre de mantelzorger, het steunsysteem van de belanghebbende of algemene voorzieningen zoals bijvoorbeeld sociaal cultureel werk of vrijwilligerswerk een oplossing kunnen bieden. Is dat niet of onvoldoende het geval dan beoordeelt het college of er compensatie plaats moet vinden in de vorm van een individuele voorziening. Deze kan in een collectieve vorm worden geboden of in een individuele vorm, waarbij collectief indien passend en beschikbaar, de voorrang heeft boven de individuele vorm. Het college houdt daarbij rekening met in de persoon van de belanghebbende gelegen factoren zoals diens (medische) situatie en zijn belastbaarheid. Het college houdt rekening met de draagkracht van mantelzorger. Zo kan in geval van dreigende overbelasting van de mantelzorger een individuele voorziening aan de verzorgde belanghebbende worden toegekend. Vervolgens bepaalt het college de omvang van de maatwerkvoorziening. De omvang wordt mede afgestemd op de behoefte van belanghebbende en zijn mantelzorger(s). Voor groepsgewijze ondersteuning geldt een maximum van 9 dagdelen per week voor personen tot 65 jaar. Een dagdeel bedraagt 4 uur. Het maximum aantal dagdelen is afgeleid van het gemiddeld aantal uren dat een gezond persoon naar school gaat, studeert of betaalde arbeid verricht. Voor personen van 65 jaar en ouder is het maximum voor dagopvang 6 dagdelen per week. Het college betreft bij haar afweging ook de afstand van de locatie waar de activiteiten plaatsvinden, ten opzichte van het adres van de belanghebbende. Uitganspunt is dat de locatie die zich het dichtst bij het adres van de belanghebbende bevindt en die adequate compensatie biedt voor de beperking van de belanghebbende, voorliggend is aan locaties die veder weg liggen. Tenslotte beoordeelt het college of de belanghebbende in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer de belanghebbende in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen of onder begeleiding) of met een fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorger of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken, dan is dit voorliggend. Is dit niet het geval dan kan het college vervoer van en naar de locatie van de activiteiten verstrekken. Het maakt dan onderdeel uit van het totale arrangement groepsgewijze ondersteuning en wordt geregeld door de aanbieder. Het vervoer mag collectief/groepsgewijs worden geregeld voor meerdere cliënten waar vervoer onderdeel uitmaakt van de maatwerkvoorziening in de vorm van groepsgewijze ondersteuning. De groepsgewijze ondersteuning kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (hiernaar pgb). Om het bedrag van het pgb vast te stellen hanteert het college verschillende tarieven. Dit wordt uitgewerkt in het besluit maatschappelijke ondersteuning Winterswijk. Om tot een keuze te komen voor een maatwerkvoorziening wordt verwezen naar bijlage: Afwegingskaders Toegang Sociaal Domein op basis van inkoopdocument 2017.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel