Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Commerciële verhuur

Onderdeel van Beleidsregels sociale zaken Oostzaan 2017

1.. Onder een commerciële prijs, zoals bedoeld in artikel 22a, vijfde lid van de wet, wordt verstaan het bedrag gelijk aan de basishuur zoals omschreven in de artikelen 16 en 17 van de Wet op de Huurtoeslag. 2.. De inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33, vierde lid van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht, na aftrek van een forfaitair bedrag per huurder, gebaseerd op de kosten van nutsvoorzieningen zoals vastgesteld door de Recofa en afgerond op € 5 naar boven. 3.. De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht na aftrek van een forfaitair bedrag per kostganger, gebaseerd op de kosten van nutsvoorzieningen en maaltijden, zoals vastgesteld door de Recofa en afgerond op € 5 naar boven 4.. Ten aanzien van het tweede en derde lid moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: De afspraken over de verhuur van de woning moeten op papier staan, in een huur- of kostgangersovereenkomst én; Belanghebbende toont het bij lid a genoemde aan door een kopie van navolgende gegevens in te leveren: een huur- of kostgangersovereenkomst én; bankafschriften waaruit duidelijk blijkt dat de gevraagde prijs werkelijk wordt betaald. 5.. Het bedrag dat wordt vrijgelaten wordt jaarlijks opnieuw berekend. De grondslag van de berekening vloeit voort uit de Recofa-richtlijnen Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) met een afronding van € 5,00 naar boven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel