Voor de voorziening op grond van deze paragraaf komt in aanmerking de alleenstaande ouder of het gezin, die aan de voorwaarden van artikel 6.1.2 heeft voldaan en die in de maand voorafgaande aan de maand waarop de aanvraag betrekking heeft, een inkomen heeft dat niet hoger is dan het van toepassing zijnde sociaal minimum, zoals bedoeld in artikel 3.1.1.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1
Doelgroep
Onderdeel van Beleidsregels sociale zaken Oostzaan 2017