**1..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij
het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
het recht verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
eigendom in gebruik neemt.
**5..** Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing
van de vorige volzin, wordt het totaal van op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017