De bevoegdheden ingevolge de artikelen:
2:1, tweede lid;
6:6, voor wat betreft de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;
6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;
7:3;
7:4, tweede lid;
7:6, vierde lid;
van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2:
Artikel 7:
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Bezwaarschriftenverordening Zundert 2003