Naar hoofdinhoud
Een woonvoorziening wordt geweigerd indien: Er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en één of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de woning; De noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normaal gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; De belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijke toestemming is verleend door het college; De belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor zover het een verhuisvergoeding betreft; Er voorafgaand aan het besluit van het college al is aangevangen met de werkzaamheden waarvoor een voorziening is aangevraagd zonder dat het college hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend.

Rechtspraak bij dit artikel