Naar hoofdinhoud
Uit jurisprudentie blijkt dat de cliënt in staat moet zijn tot het normale gebruik van de woning. Dat wil zeggen dat de woning: voor de cliënt toegankelijk is; de buitenruimte (tuin of balkon) moet kunnen worden bereikt; de cliënt het toilet, de badkamer, keuken, woonkamer, slaapkamer en de slaapkamer van jonge kinderen moet kunnen bereiken en gebruiken. Het gebruik van hobby-, werk- of recreatieruimten valt in principe niet tot het normale gebruik van de woning. Als een cliënt wordt belemmerd in zijn zelfredzaamheid door bouwkundige of woon-technische kenmerken van de woning, kan een woonvoorziening/woningaanpassing aan de orde zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het doen van de was, het bereiden van eten of het verzorgen van een baby. In verband hiermee wordt echter ook gekeken of door een herverdeling van taken binnen het gezin, door een herindeling van vertrekken of door gebruikmaking van voorzieningen in de wijk een woonvoorziening achterwege kan blijven. De volgende woonvoorzieningen kunnen aan de orde zijn; losse woonvoorzieningen; voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een toiletstoel of tillift); bouwkundige woonvoorziening, nagelvaste voorzieningen aan de muur (bijvoorbeeld een douchezitje aan de muur of traplift). Voor kortdurend gebruik zijn losse woonvoorzieningen te leen via een uitleenservice. Deze uitleenservice is een voorliggende voorziening in het geval de losse woonvoorziening korter dan zes maanden nodig is. Losse voorzieningen hebben als voordeel dat ze vaak snel kunnen worden ingezet, soms voordeliger zijn, en meegenomen kunnen worden in geval van verhuizing. Losse voorzieningen zijn daarom in principe voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen. Losse woonvoorzieningen kunnen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen zullen in eigendom worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel