Een cliënt kan in aanmerking komen voor persoonlijke verzorging wanneer sprake is van een noodzaak voor aansturing of hulp bij de zelfzorg door bijvoorbeeld een verstandelijke, zintuiglijke of psychiatrische beperking. Het gaat hierbij om ondersteuning van de zelfredzaamheid van de cliënt. De behoefte aan persoonlijke verzorging hangt niet samen met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. In de praktijk betekent dit dat de persoonlijke verzorging op grond van de Wmo uit dezelfde handelingen kan bestaan als de persoonlijke verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet: zich wassen; persoonlijke verzorging voor tanden, haren en nagels, zich kleden; in en uit bed gaan; naar het toilet gaan; eten en drinken; medicatie innemen; aanbrengen/verwijderen van prothese(n); aanleveren van activiteiten rondom persoonlijke verzorging.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4