Naar hoofdinhoud
1.. Indien de (voorzienbare) kosten voor een bouwkundige of woontechnische woon-voorziening hoger zijn dan € 7.500,- geldt als uitgangspunt dat verhuizing naar een aangepaste woning of naar een tegen lagere kosten aan te passen woning de goedkoopst compenserende voorziening is, tenzij er sprake is van individuele omstandigheden waardoor verhuizen geen adequate oplossing is. 2.. Het college kan een tegemoetkoming in de kosten verlenen voor de verhuiskosten die het gevolg zijn van een verhuizing als bedoeld in artikel 10.6 van de Verordening. Het college maximeert de tegemoetkoming voor de verhuiskosten als volgt: Eenmalig een bedrag voor de kosten van verhuizing van € 1.000,-; Eenmalig een bedrag voor de kosten van stoffering en verven/behangen van de nieuwe woning, afhankelijk van gezinsgrootte: eenpersoonshuishouden € 934,- meerpersoonshuishouden € 1.500,-. 3.. De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5, tweede lid van dit Besluit wordt uitbetaald nadat het college heeft vastgesteld dat de persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning. 4.. Bij bepaling van kosten voor de aanpassing van de woning of woningsanering wordt rekening gehouden met een lineaire afschrijvingstermijn zoals genoemd in bijlage 4. 5.. Het college kan een tegemoetkoming in de kosten verlenen voor de kosten in verband met de aanschaf van een geschikte sportvoorziening welke noodzakelijk is in verband met zelfredzaamheid en participatie. Het college maximeert de tegemoetkoming voor de sportvoorziening als volgt: een sportvoorziening € 2.527,- eenmalig voor de duur van 3 jaar voor de aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening; indien de sportvoorziening na 3 jaar nog bruikbaar is, kan een vergoeding worden toegekend van maximaal € 557,- voor het onderhoud voor de duur van 3 jaar. 6.. Het college een tegemoetkoming in de kosten verlenen voor de kosten in verband met het zich verplaatsen in de leefomgeving met een eigen auto. Het college maximeert de tegemoetkoming voor de vervoerskosten op € 55,40 per maand. 7.. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt indien de oorzaak van de te maken meerkosten voortkomen uit een voorzienbare situatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel