Naar hoofdinhoud

Deel A › Paragraaf 4

Artikel 4.3

Spandoeken boven openbaar gebied

Onderdeel van Reclamebeleid 2016

In de stad zijn beperkte mogelijkheden voor spandoelen haaks boven de straat. Vooral studentenverenigingen en goededoeleninstellingen kunnen hiervan gebruik maken. In twaalf straten in de binnenstad is hiervoor één locatie aangewezen. Voor citymarketingdoeleinden is er al langere tijd behoefte aan uitbreiding. Deze willen we nu bieden en tegelijkertijd willen we een kwaliteitsslag maken. In de twaalf straten staan we voortaan aan het begin, het midden en het eind van de straat een spandoek toe. Hiermee gaat de uitbreiding niet ten koste van de ruimte voor non-profitorganisaties. Per locatie mag er maximaal twee weken per maand een spandoek aanwezig zijn. Waar de spandoeken nu nog vaak door de organisaties zelf aan de gevels worden geknoopt, willen dat de doeken vanaf nu in frames hangen. Dat ziet er netter uit. Bovendien heeft de wind dan niet langer vrij spel en worden gevaarlijke situaties voorkomen. Voor het feestelijk aankleden van de stad bij grote evenementen (‘citydressing’) was het op basis van het vorige reclamebeleid al mogelijk af te wijken van de genoemde locaties. Dit blijft zo. Samengevat zijn dit de beleidsuitgangspunten voor spandoeken boven openbaar gebied. De spandoeken overheersen het straatbeeld niet. De doeken hangen daarom in een beperkt aantal straten. Per locatie zijn de doeken maximaal twee weken per maand toegestaan. Ten behoeve van citydressing zijn bij grote evenementen spandoeken op meerdere locaties toegestaan. Spandoeken zijn niet verlicht en worden niet aangelicht. De algemene criteria welstand zijn van toepassing. De spandoeken hangen in frames en zijn strak gespannen. Het college is bevoegd regels te formuleren over onder andere de locaties, de aard van de boodschappen op de spandoeken en de wijze van bevestigen.

Rechtspraak bij dit artikel