Naar hoofdinhoud

Deel B › Paragraaf 6

Artikel 6.1

Nadere regels handelsreclame aan onroerende zaken

Onderdeel van Reclamebeleid 2016

Het verbod in het eerste lid van artikel 4:24 van de APVG geldt niet voor: opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften en aankondigingen van maximaal 0,50 m2 en niet langer dan 1 meter, betreffende: openbare verkoping of aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijk betekenis hebben; het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd. In plaats van een vergunning kan voor de volgende objecten worden volstaan met een melding: opschriften of aankondigingen van kennelijke tijdelijke aard, voor zover zij feitelijke betekenis hebben, voor een periode van maximaal 6 weken; pandgebonden handelsreclame voor tijdelijke detailhandelsvestigingen voor een periode van maximaal 3 maanden, die passen binnen de sneltoetscriteria; voor een éénmalige verlenging van één maand van een eerdere melding van handelsreclame voor tijdelijke detailhandelsvestigingen. Een melding moet voor de uitvoering schriftelijk aan het college worden gemeld. Het college kan binnen 14 dagen na ontvangst van die kennisgeving aangeven dat de melding niet voldoet aan de welstands- en/of  algemene criteria en het object niet mag worden geplaatst met een melding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel