Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 11

- Termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Bergen op Zoom 2006

1.. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10 moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 2.. Voor zover het voor een goede besluitvorming voor de afgifte van een vergunning van belang is, kan het college van burgemeester en wethouders de aanvrager verzoeken om een bouwhistorisch onderzoek van het object te overleggen. 3.. Indien een aanvraag in behandeling wordt genomen, vraagt het college van burgemeester en wethoudersadvies aan de WelstandMonumentenCommissie. 4.. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de WelstandMonumentenCommissie schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders. 5.. Indien het advies niet binnen de in lid 4 genoemde termijn door het college van burgemeester en wethouders is ontvangen, wordt de WelstandMonumentenCommissie geacht positief te hebben geadviseerd. 6.. Na ontvangst van het advies van de WelstandMonumentenCommissie of na het verstrijken van de in lid 4genoemde termijn, legt het college van burgemeester en wethouders de aanvraag en andere relevante stukken voor een ieder, gedurende twee weken, ter inzage. 7.. Een ieder kan gedurende deze termijn schriftelijk of mondeling zijn zienswijzen over de aanvraag naar voren brengen. 8.. De aanvrager en de WelstandMonumentenCommissie worden zo nodig in de gelegenheid gesteld te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. 9.. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de WelstandMonumentenCommissie, maar in ieder geval binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 10.. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het negende lid genoemde termijn van twaalf weken met ten hoogste 10 weken verlengen, mits hij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het negende lid genoemde termijn. 11.. Indien het college van burgemeester en wethouders niet voldoet aan het bepaalde in het negende of tiende lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 12.. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt opgrond van de Algemene wet bestuursrecht blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel