1.Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
a een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen, de gebieden bedoeld in bijlage 1 en door het college te bepalen plaats, tijdstip, wijze, waaronder begrepen de abonnementen;
b een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze in de gebieden bedoeld in bijlage 1.
De belasting (als bedoeld in Artikel 2, 1e lid onderdeel a) in de vorm van een parkeerabonnement is mogelijk voor:
bewoner belanghebbenden;
zakelijk belanghebbenden;
houder van een bezoekersparkeerkaart;
doelgroepen;
reguliere abonnementen;
beugelparkeerplaatsen;
mantelzorg;
bedrijfsverzamelgebouw.
De algemene voorschriften voor deze abonnementen zijn opgenomen in bijlage 2.
Het college kan gebieden/locaties aanwijzen waar abonnementen (als bedoeld in het 2e lid) niet van toepassing zijn op kort parkeren (als bedoeld in artikel 1) met uitzondering van de bezoekersparkeerkaart.
Abonnementen (als bedoeld in het 2e lid, aanhef en sub a, b en c) gelden uitsluitend voor de gebieden waarvoor deze zijn verleend.
Een doelgroepen parkeerabonnement (als bedoeld in het 2e lid, aanhef en sub d) geldt voor alle gebieden.
Het college kan besluiten een maximum aantal abonnementen vast te stellen voor gebieden, parkeergarages, parkeerterreinen of plaatsen binnen gebieden.
Bij het bereiken van het maximale aantal abonnementen (als bedoeld in het 6e lid) wordt een wachtlijst gehanteerd en/of wordt een abonnement in een ander gebied, parkeergarage, parkeerterrein aangeboden.
Het college kan besluiten tot het instellen van een prioriteitenregeling voor de wachtlijst (als bedoeld in het 7e lid).
Artikel 2
Belastbaar feit
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017