De rechten worden niet geheven voor:
het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag;
het begraven van een stoffelijk overschot van een pasgeboren kind dat tegelijk met dat van de moeder in één graf wordt begraven;
het begraven van stoffelijke overschotten c.q. het bijzetten van de as van een doodgeboren of binnen 3 maanden na de geboorte overleden tweeling, drieling enz. Mits dit in dezelfde kist geschiedt c.q. de as in één asbus wordt geborgen, is het grafrecht slechts éénmaal verschuldigd.
Artikel 4
- Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten