Naar hoofdinhoud
1.. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De hoogte van de voorziening wordt als volgt bepaald aan de hand van de openstaande vorderingen: 20% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -1; 30% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -2; 50% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -3; 100% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -4; 100% van het saldo betrekking hebbend op opgelegde dwangsommen.

Rechtspraak bij dit artikel