**1..** Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
**2..** De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De hoogte van de voorziening wordt als volgt bepaald aan de hand van de openstaande vorderingen:
20% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -1;
30% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -2;
50% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -3;
100% van het saldo betrekking hebbend op het dienstjaar -4;
100% van het saldo betrekking hebbend op opgelegde dwangsommen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.