Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag wordt bij het college ingediend middels een daartoe bestemd formulier respectievelijk voor de Verhuissubsidie of de subsidie Huurgewenning. 2.. Een aanvrager dient een keuze te maken tussen de twee subsidievormen en kan dus geen gebruik maken van beide subsidievormen. 3.. Bij de aanvraag dienen de volgende stukken overlegd te worden: Een kopie van het huurcontract van de achter te laten woning, waaruit onder meer de omvang van de woning blijkt. De meest recente brief van de verhuurder met betrekking tot de huurverhoging van de achter te laten woning, waaruit de huidige huur van de achter te laten woning blijkt. Een kopie van het huurcontract van de nieuw te betrekken woning inclusief informatie over de huurprijs en omvang van de nieuw te betrekken woning. Een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP, voorheen GBA) met daarop informatie van alle ingeschreven (mee te verhuizen) leden van het huishouden. Inkomensgegevens van alle leden van het huishouden, met uitzondering van inwonende kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen. Gegevens van het rekeningnummer (IBAN) voor het overmaken van de subsidie. 4.. Het college kan het overleggen van andere bescheiden verlangen, indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag. 5.. Het besluit van het college bevat de volgende informatie: Aan wie de subsidie wordt verleend; De termijn waar binnen de verhuizing moet zijn gerealiseerd, te weten: 6 maanden bij een verhuizing naar een bestaande woning; 1,5 jaar bij een verhuizing naar een nieuw te bouwen woning. Het te verlenen bedrag van respectievelijk de Verhuissubsidie of de subsidie Huurgewenning. 6.. De subsidie wordt direct vastgesteld. De aanvrager hoeft na verhuizing geen vaststelling van de subsidie aan te vragen.

Rechtspraak bij dit artikel