Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of slechts gedeeltelijk aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2.. In ieder geval stelt de subsidieontvanger het college onverwijld op de hoogte van een verzoek tot faillietverklaring of het verlenen van surséance van betaling aan subsidieontvanger. 3.. Indien de subsidie verleend wordt aan of ten behoeve van een samenwerkingsverband geldt de in de voorgaande leden beschreven meldingsplicht hoofdelijk voor alle participanten in het samenwerkingsverband. 4.. De subsidieontvanger informeert het college verder zo spoedig mogelijk over: relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en/of het doel van de rechtspersoon. Hierbij kan het gaan om wijzigingen in bevoegdheden van de vertegenwoordigers van participanten. 5.. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb[2]. [2] Artikel 4:71 Awb: Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, behoeft de subsidie-ontvanger de toestemming van het bestuursorgaan voor: het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; het wijzigen van de statuten; het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden; het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie; het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening; het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidie-ontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; het vormen van fondsen en reserveringen; het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidie-ontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties; het ontbinden van de rechtspersoon; het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de toestemming. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel