**1..** Het college beslist binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend op de subsidieaanvraag. De beslistermijn kan worden verlengd. De artikelen 4:20a tot en met 4:20f van de Awb zijn niet van toepassing.
**2..** Het besluit tot subsidieverlening bevat in ieder geval:
een omschrijving van de betrokken instellingen, dan wel onderneming(en) en locatie(s).
de vermelding dat het om de bouw van sociale huurwoningen gaat c.q. de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 2, lid 1, onder c Vrijstellingsbesluit DAEB.
de minimale periode waarbinnen de gebouwde woningen geëxploiteerd moeten worden en wat de consequentie is - voor zowel de gemeente, de instelling als ook de volkshuisvestelijke opgave - indien deze verplichting niet wordt nageleefd.
de termijn waarbinnen de bouw van de woningen gerealiseerd moet zijn.
een omschrijving van de investering waarvoor subsidie verleend wordt.
het bedrag van de subsidie.
de parameters c.q. uitgangspunten voor berekening van de hoogte van het subsidiebedrag wat dient als compensatie in het exploitatietekort.
de verplichting om overcompensatie in de zin van het Vrijstellingsbesluit DAEB te voorkomen en deze - indien van toepassing - terug te betalen door de instelling c.q. onderneming.
**3..** Het college stelt in de beschikking tot subsidieverlening, ter aanvulling van de in lid 2 onder d genoemde verplichting, tevens een termijn waarbinnen de woningen op de markt beschikbaar moeten worden gesteld.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.6