**1..** De medewerker kan maandelijks – indien hiertoe fiscale ruimte toe is – het IKB aanwenden voor de fiscale uitruil woon-werkverkeer.
**2..** Hiertoe wordt fiscale ruimte bepaald die maandelijks belastingvrij kan worden uitgeruild. Er wordt uitgegaan van 214 reisdagen per jaar bij een vijfdaagse werkweek, mits de medewerker tenminste op 128 dagen naar dezelfde plaats van tewerkstelling reist. Wordt op minder dan 128 dagen gereisd, dan is het werkelijk aantal reisdagen bepalend voor de vergoeding. Indien er op minder dan vijf dagen per week wordt gewerkt dan geldt dit naar evenredigheid (4 werkdagen: 171 reisdagen, 3 werkdagen: 128 reisdagen, 2 werkdagen: 86 reisdagen en 1 werkdag: 43 reisdagen).
**3..** De vergoeding per kilometer is gelijk aan de onbelast per kilometer te verstrekken reiskostenvergoeding (€ 0,19; norm 2016).
**4..** Ontvangt de medewerker ook een vergoeding voor woon-werkverkeer van de werkgever op basis van een andere regeling, dan wordt deze vergoeding in mindering gebracht op de hierboven bedoelde vaste vergoeding.
**5..** Bij een enkele reisafstand van meer dan 75 kilometer dient nacalculatie van de uitruil plaats te vinden.
**6..** Bij tussentijdse wijziging van de gegevens die de medewerker op het aanvraagformulier heeft aangegeven, deelt de medewerker dit zo spoedig mogelijk mee.
**7..** Bij een aanpassing van het aantal dagen waarop de medewerker werkt, wordt dienovereenkomstig het uit te ruilen bedrag aangepast via het wijzigingsformulier.
**8..** In geval van afwezigheid of ziekte van de medewerker van meer dan zes weken wordt de uitruil stopgezet.
**9..** Indien de medewerker de maandelijkse uitruil wil stoppen dan dient de medewerker dit in de IKBmodule aan te geven. Het initiatief hiertoe rust uitdrukkelijk bij de medewerker.
**10..** Het bepaalde in artikel 3:33 van de ARG is van toepassing op deze regeling.
**11..** Berekening van het aantal kilometers vindt plaats op basis van de meest gangbare route.