Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening 2017

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en de overzichten algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing vennootschapsbelasting en bedrag onvoorzien. 2.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten van een taakveld de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het taakveld, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 4.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een afzonderlijk raadsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 5.. Indien, nadat de raad het Investeringsprogramma heeft vastgesteld, niet binnen 3 jaar – na het voor het eerst opvoeren op het Investeringsprogramma - een investeringskrediet is opgevoerd vervalt deze voorgenomen investering, tenzij door het college van burgemeester en wethouders aannemelijk kan worden gemaakt dat het investeringskrediet behouden dient te blijven. 6.. De door de raad geautoriseerde investeringskredieten vallen na toekenning weer vrij indien 3 jaar lang geen uitgaven verricht zijn, tenzij door het college van burgemeester en wethouders aannemelijk kan worden gemaakt dat het investeringskrediet behouden dient te blijven. 7.. Indien, nadat de raad een investeringskrediet heeft vastgesteld, alsnog niet geraamde baten worden verkregen (bijvoorbeeld subsidies of bijdragen van derden) zullen die bijdragen niet leiden tot een hoger investeringskrediet. Hetzelfde is van toepassing als blijkt dat het krediet na vaststelling door de raad alsnog compensabel of verrekenbaar is voor de omzetbelasting. 8.. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 7, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel