Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling.

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later) 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 4.. De bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven belasting als bedoeld in artikel 6, tweede lid, wordt voldaan in één termijn, welke termijn vervalt één maand na de dagtekening van de kennisgeving met dien verstande dat voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraat als bedoeld in artikel 3.3 van de tarieventabel contante betaling is vereist. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel