De belasting wordt niet geheven ter zake van:
1 het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd;
2 het hebben van voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd;
3 voorwerpen, waarvoor voorheen krachtens de bepalingen van de “Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting ter zake van het winkelerf in de Akerstraat te Kerkrade-West” belasting werd betaald;
4 voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden;
5 overbouwingen, erkers, uitbouwingen, balkons, vensterbanken, kelderingangen, funderingen, putten, koekoeken, licht- en luchtopeningen, stoeptreden, dakgoten, afvoerbuizen van hemelwater, gevelroosters, rolluiken, rolluikkasten, luidsprekers, hijswerktuigen;
6 verkeerstekens, wegwijzers, lichtmasten, standbeelden, kruisbeelden, banken, hekken, palen, rijwielblokken, rijwielbeugels, fonteinen, brievenbussen, telefooncellen, abri’s;
7 buizen, kabels, transportleidingen;
8 vlaggen, vlaggendoeken, vlaggenstokken en wimpels, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd;
9 voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige, niet-commerciële buurtactiviteiten;
10 voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;
11 voorwerpen, waarvoor krachtens de bepalingen van de “Verordening reclamebelasting 2017” belasting wordt betaald.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017