Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 14

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2017

1.. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2.. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3.. Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 4.. Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde bedrijfsafval wordt per bedrijfspand vastgesteld op het verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container voor en na lediging. 5.. De vaststelling van het totaal per belastingtijdvak ingezamelde gewicht van het bedrijfsafval van een bedrijfspand vindt plaats door een optelling van de gewichten van het wekelijks ingezamelde bedrijfsafval van dit bedrijfspand in het betreffende belastingtijdvak, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's naar beneden. 6.. Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of door technische storing aan de wegende inzamelauto, de herkennings-, wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging, herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van het bedrijfsafval voor alle betrokken bedrijfspanden, ongeacht of de bij deze bedrijfspanden behorende containers worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 7 en 8. 7.. Het forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij de betrokken bedrijfspanden vastgestelde gewicht van het bedrijfsafval, gedeeld door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 7 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 12 kilogram.

Rechtspraak bij dit artikel