Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2017

1.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingtijdvak. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak aanvangt, is de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting van de voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, als er in dat belastingtijdvak, na beëindiging van de belastingplicht, nog zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00. 5.. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 6.. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

Rechtspraak bij dit artikel