Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantieonderkomens: woningen en andere
verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans,
voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning
voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1,
eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is vereist; een en ander voor
zover deze onderkomens geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor vakantie- en
andere recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten,
vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens
dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd
worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden;
niet beroepsmatig verhuurde ruimten:
woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde
mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak
bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden;
vaste jaarplaats: een gehuurd terrein
of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is
voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel
kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans
na afloop van het jaar niet wordt verwijderd ten behoeve van
recreatieve doeleinden gebezigd door een zelfde gezin.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2017