Een vergunning wordt geweigerd als:
de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk
gezag of de voogdij;
de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld
voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in
enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog
niet heeft bereikt;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in
strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden
beperkingen of voorschriften;
er een maximum als bedoeld in artikel 3.2.3 is vastgesteld
en dit maximum al bereikt is;
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal
leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan
in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening
of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.2.2;
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het
prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben
bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de
leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van
mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het
bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet
arbeid vreemdelingen;
de vergunning is aangevraagd voor een raamprostitutiebedrijf
dat niet is gevestigd in de percelen Nieuwe Markt 24 tot en
met 40 (even nummers);
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden
voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een
misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een
onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes
maanden;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden
voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer
dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking
onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke
geldboete van €500 of meer of tot een andere hoofdstraf als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek
van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
van:
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en
hoofdstuk 3 van de APV Nijmegen;
2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis
tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van
Strafrecht;
3°. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;
4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder k,
wordt gelijkgesteld:
een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
voorwaardelijke straf;
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of
artikel 76, derde lid, onder a van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375
bedraagt.
De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder k
en l, wordt bij de intrekking van een vergunning
teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze
vergunning.
Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in
het eerste lid, onder k en l, telt de periode waarin een
onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet
mee.
Een vergunning kan worden geweigerd:
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van
artikel 3.2.7, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f,
of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, is ingetrokken,
gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 3.2.4
gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op
het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een
seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is
ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder
vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten
nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;
als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.3.4, eerste
en tweede lid;
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij
artikel 3.3.5 gestelde verplichtingen zal naleven;
als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte
waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef
en onder a van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Hoofdstuk 3. › Afdeling 2.
Artikel 3.2.5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening door de gemeente Nijmegen