Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017

1.. 1Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: 2,2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 7 meter; 2,9 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 2,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 3,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 15,1 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 7 meter; 19,2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 18,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 20,4 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter. 2.. Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het gemiddelde van een viertal tellingen, waarbij in elk van de maanden mei, juni, augustus en oktober één telling valt, op door het college van burgemeester en wethouders te bepalen data.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel