Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 gemeente Leeuwarden

1.. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en Pgb wordt bepaald. 2.. De raad kan bij nadere regels vaststellen: voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd; wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is; voor welke groepen inwoners een korting op de bijdrage geldt. 3.. Het college kan bij nadere regels vaststellen: voor welke maatwerkvoorziening, met uitzondering van de rolstoelvoorziening, dan wel Pgb een cliënt een bijdrage volgens het besluit is verschuldigd; dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of Pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder (samen met de ouder) het gezag uitoefent over een cliënt. 4.. De hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening. 5.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening en Pgb wordt bepaald: door een aanbesteding; of na een consultatie in de markt. 6.. In de gevallen, bedoeld conform de Wmo 2.1.4. lid 7, worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of Pgb door het Centraal Administratie Kantoor vastgesteld en geïnd. 7.. Een cliënt die gebruik maakt van een maatwerkvoorziening in de opvang is een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd aan de maatwerkvoorziening. Het college legt de hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening voor opvang nader vast in het Besluit. Bedoelde eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door de door het college aan te wijzen instellingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel