**1..** Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op andere dan de door het college aangewezen plaatsen.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor voertuigen die benodigd zijn in het kader van de directe uitoefening van de bedrijfsvoering, voor zover het voertuig in de onmiddellijke nabijheid
van de locatie van de werkzaamheden geparkeerd staat.
**3..** Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
**4..** Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
HOOFDSTUK 5. › AFDELING 1.
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2010