Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 11.

Artikel 2:58

Verontreiniging door honden en paarden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2010

1.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; op grasvelden, die niet kunnen worden aangemerkt als berm van een weg, talud van een watergang of hondenuitlaatplaats; op een andere door het college aangewezen plaats. 2.. Het college kan hondenuitlaatplaatsen aanwijzen waar de verboden genoemd in het eerste lid, onder a. 3.. De berijder, menner of degene die een paard begeleidt op de openbare weg is verplicht ervoor zorgen dat de mest die door het paard wordt achtergelaten zo snel als mogelijk wordt verwijderd van de weg. 4.. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel