Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 4.

Artikel 4:14

Verbod handelsreclame

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2010

1.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 2.. Het verbod geldt niet voor: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, zuilen, borden, muren of andere constructies daartoe aangewezen door de overheid; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op en die zijn aangebracht op een onroerende zaak en die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 3.. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van openbare kennisgeving categorieën van opschriften uitzonderen van de vergunningplicht. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard en voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en indien aan de volgende drie eisen is voldaan: alvorens het aanbrengen ervan is het voornemen schriftelijk gemeld bij het college en het college heeft niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving haar bezwaren kenbaar gemaakt en deze opschriften of aankondigingen zullen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. 5.. Het in dit artikel gestelde verbod geldt niet voor zover de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Monumentenwet, de Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland, de Erfgoedverordening 2010 Gemeente Voorschoten, of de op de Wet milieubeheer gebaseerde bepalingen van toepassing zijn. 6.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen op een aanvraag om toestemming) is niet van toepassing op de vergunning.

Rechtspraak bij dit artikel