**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in geval dat:
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
onroerende-zaakbelasting of andere heffingen € 100,- of minder
is, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld;
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
onroerende-zaakbelasting of andere heffingen meer dan € 100,-
is, maar minder dan € 5.000,- in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
de volgende termijn een maand later.
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
onroerende-zaakbelasting of andere heffingen € 5.000,- of meer
is, in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt
op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende
termijn een maand later.
**2..** In gevallen bedoeld in het eerste lid onder b geldt in afwijking van het
aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag
van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de
26e dag van elke volgende maand.
**3..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.