Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING INDUSTRIESCHAP

1.. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie of vier leden door en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen, met dien verstande dat elke deelnemende gemeente in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd is en met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, lid 3, van de wet inhoudende dat het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid mag uitmaken van het Algemeen Bestuur. 2.. De leden en de plaatsvervangende leden van het Dagelijks Bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur in nieuwe samenstelling. 3.. De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 4.. Indien een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt door ontslag, overlijden of anderszins, wordt de vacature waargenomen door de voor dit lid in het Algemeen Bestuur aangewezen plaatsvervanger. De deelnemende gemeente die het betreffende lid in het Algemeen Bestuur heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de vacature 5.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, vindt het aanwijzen van leden van het Dagelijks Bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, plaats uiterlijk een maand nadat die plaats is opengevallen 6.. De leden van het Dagelijks Bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het Algemeen Bestuur. 7.. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Van overeenkomstige toepassing zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet, inhoudende dat als de opzegging van het vertrouwen er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt de raad kan besluiten tot ontslag. 8.. Degene, die ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel