**1..** Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op met de daarbij behorende toelichting.
**2..** De ontwerpbegroting wordt acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, maar uiterlijk 14 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen, toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze bij het Dagelijks Bestuur naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.
**3..** Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.
**4..** Nadat de begroting is vastgesteld door het Algemeen Bestuur, zendt het Dagelijks Bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
**5..** Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
**6..** Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. Het bepaalde in lid 2 tot en met lid 4, is daarbij van overeenkomstige toepassing. Van het bepaalde in de tweede zin van lid 2 kan worden afgeweken voor de ramingen van baten en/of lasten bij begrotingswijzigingen binnen het programma die de gemeentelijke bijdrage niet beïnvloeden.
**7..** Van het bepaalde in het zesde lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die:
het totaalbedrag van de begroting niet aantasten;
geen afwijking inhouden van het te voeren algemeen en financieel beleid.