Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn
ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. De
wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Voor
zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
gesprekskosten plaats.