Indien de gebruiksduur van de voorziening waarvoor een persoonsgebonden budget is verstrekt nog niet is verstreken kan een - aanvullend - persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties:
er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken en/of
er is sprake van een calamiteit die cliënt niet is te verwijten.
Indien een cliënt die een persoonsgebonden budget-voorziening heeft en hij de voorziening niet meer gebruikt in de gemeente Leeuwarden, dient de cliënt of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen, of de voorziening in te leveren bij de gemeente.
Het persoonsgebonden budget voor de instandhoudingskosten wordt verrekend voor de nog niet verstreken termijn. De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening bedoeld in het 2e lid wordt berekend volgens onderstaande methodiek;
0 - < 1 jaar: 70 %
1 - < 2 jaar: 60 %
2 - < 3 jaar: 45 %
3 - < 4 jaar: 35 %
4 - < 5 jaar: 25 %
5 - < 6 jaar: 15 %
6 - < 7 jaar: 5 %.
Indien cliënt met een persoonsgebonden budget-voorziening, deze voorziening binnen de afschrijvingstermijn van 7 jaar niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget. De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de afschrijvingsmethodiek zoals verwoord in lid 3. Het persoonsgebonden budget voor de instandhoudingskosten wordt verrekend voor de nog niet verstreken termijn.
Bij een woningaanpassing in de vorm van vervanging van een keuken en natte cel wordt de hoogte van de vergoeding volgens onderstaande methodiek berekend:
0 - < 5 jaar: 100 %
5 - < 10 jaar: 75 %
10 - < 15 jaar: 50 %
15 - < 20 jaar: 25 %
>20 jaar: 0% (in verband met economische afschrijving)
Hoofdstuk 1.
Artikel 13.
Algemene bepalingen bij persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit Wmo 2017 gemeente Leeuwarden