**1..** De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.
**3..** In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
**4..** De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet , met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
**5..** De belasting bedraagt bij een waarde van:
a.
€ 0,00 tot € 41.200,00
€ 271,00
b.
€ 41.200,00 tot € 103.000,00
€ 351,00
c.
€ 103.000,00 tot € 171.100,00
€ 461,00
d.
€ 171.100,00 of meer
€ 593,00
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting