De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen ;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
van degene die als gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in de Woonwagenwet, onderscheidenlijk in de Wet op woonwagens en woonschepen, daarin overnacht;
van gehandicapte(n) met hun gezin en/of verzorger(s) in aangepaste vakantieverblijven van het Rode Kruis;
van degenen die in klassikaal of groepsverband overnachten in jeugdherberg, kampeerboerderij of camping, t/m de leerplichtige leeftijd, onder begeleiding van volwassenen, leerkrachten enz. met inbegrip van de begeleiders.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting