Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van:
voorwerpen, indien de gemeente voor het gebruik van de voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
gebruik zijn bij een derde;
buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van
hemelwater;
afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht
en niet meer dan 12 centimeter buiten de gevel uitsteken.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2017