Op grond van artikel 10 eerste lid onder a. van de verordening wordt bepaald dat:
bij het aanbieden van huishoudelijk afval via minicontainers deze dienen te worden geplaatst op de daarvoor aangeduide plaats, met de dekselopening in de richting van de straat en op een onderlinge afstand van 30 cm tussen de wielen;
het deksel van de minicontainer gesloten dient te zijn;
de van gemeentewege verstrekte minicontainers, GFT-emmer en chemobox zijn gekoppeld aan het perceel en dus door het huishouden, wonende op het perceel te worden gebruikt;
de inzamelmiddelen bij verhuizing leeg en schoon dienen te worden achtergelaten;
de gebruiker van een inzamelmiddel verantwoordelijk is voor de goede staat ervan;
het inzamelmiddel bij vermissing of beschadiging wordt vervangen voor rekening van de gebruiker;
De aangeboden minicontainer voor restafval moet zijn voorzien van een chip en een sticker, aangebracht, goedgekeurd en getest door de inzameldienst. Een minicontainer voor restafval die hierin niet voorziet wordt niet geledigd door de inzameldienst;
het ter inzameling aanbieden van de op grond van artikel 14, lid 1 aangewezen afvalstoffen dient plaats te vinden aan de rijbaan;
het ter inzameling aanbieden van die afvalstoffen zodanig dient plaats te vinden dat verspreiding (van delen) ervan in het milieu wordt voorkomen.
Het maximale gewicht van de afvalstoffen per minicontainer, als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de verordening, 70 kg bedraagt.
de minicontainers voor rest- en gft-afval één keer per twee weken mogen worden aangeboden en de minicontainer voor oud papier en karton één keer per 4 weken;
het ter huis aan huis inzameling aanbieden van kunststof verpakkingsafval dient te geschieden in doorzichtige zakken.