Naar hoofdinhoud
De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dat op grond van de Wet veiligheidsregio´s mogelijk is. Indien de Wet veiligheidsregio’s niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

Rechtspraak bij dit artikel