Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter, daarbij inbegrepen de voorzitters van de subcommissies, en de overige leden van de subcommissies en hun plaatsvervangers worden op voorstel van het college van burgemeester en wethouders door de gemeenteraad benoemd. 2.. Een lid van de commissie mag geen lid zijn van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of een bestuurscommissie van de gemeente Amsterdam en mag geen ambtenaar zijn in dienst van de gemeente Amsterdam. 3.. In afwijking van het tweede lid zijn ten minste twee leden van de subcommissie integrale ruimtelijke kwaliteit ambtenaar in dienst van de gemeente Amsterdam. 4.. De leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar, al dan niet als plaatsvervangend lid. 5.. In afwijking van het vierde lid kunnen de leden van de commissie meermalen worden herbenoemd in de subcommissie integrale ruimtelijke kwaliteit. 6.. Leden en hun plaatsvervangers kunnen, mits daarvoor gerede aanleiding is, dan wel op eigen verzoek, door het bestuursorgaan dat hen heeft benoemd tussentijds van hun taak worden ontheven. 7.. De adviseurs van de commissie worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar. Zij kunnen worden herbenoemd, al dan niet als plaatsvervangend adviseur. 8.. Adviseurs en hun plaatsvervangers kunnen, mits daarvoor gerede aanleiding is, dan wel op eigen verzoek, door het college van burgemeester en wethouders tussentijds van hun taak worden ontheven.

Rechtspraak bij dit artikel