1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het
parkeren.Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt
op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college van
burgemeester en wethouders geeft omtrent een en ander nadere
regels.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop
de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet direct worden betaald.
Artikel 7
Termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017