**1..** De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop
van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor
zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop
van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
de belasting voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de
voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven, tenzij
het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00.
**4..** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige in de loop van het belastingjaar het feitelijk
gebruik van een perceel beëindigt en direct aansluitend het
feitelijk gebruik van een ander perceel, dat eveneens in de gemeente
ligt, heeft.
**5..** De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag
van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00
bedraagt.
**6..** Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de
aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017