**1..** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een kalenderjaar hebben van een zelfde mobiel kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd.
vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende winterperiode niet toegestaan is om te overnachten.
seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen wordt verwijderd.
volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.
particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf.
verhuurde woning: een huis, niet zijnde een kampeermiddel, een naar aard en inrichting vergelijkbaar onderkomen of een deel van een huis of vergelijkbaar onderkomen, dat ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.
arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag;
voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juni;
verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli;
naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;
maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september;
kampeerseizoen: genoemd in onderdelen j, k en l , ingaande op 1 maart en eindigend op 1 oktober.
hoogseizoen: genoemd in onderdeel l, ingaande op 1 juni en eindigend op 1 september?
**2..** Alleen indien sprake is van particulier verhuurde woningen en van kampeermiddelen op vaste jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen of seizoenplaatsen, alsmede van particulier verhuurde woningen en van kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen, indien sprake is van een voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, een naseizoenarrangement of een maandarrangement, wordt het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair vastgesteld.
**3..** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot
(mobiele) kampeermiddelen en woningen op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,6;
(mobiele) kampeermiddelen en woningen op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,5;
(mobiele) kampeermiddelen en woningen op seizoenplaatsen bepaald op 2,4;
(mobiele) kampeermiddelen en woningen op volgtijdige standplaatsen bepaald op 2,0, indien er sprake is van een voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, een naseizoenarrangement of een maandarrangement.
**4..** Het aantal nachten dat door de in het derde lid bedoelde personen overnacht, wordt:
ingeval van het derde lid, onderdeel a, bepaald op 59 nachten;
ingeval van het derde lid, onderdeel b, bepaald op 54 nachten;
ingeval van het derde lid, onderdeel c, bepaald op 55 nachten;
ingeval van het derde lid, onderdeel d, bepaald op 30 nachten.
**5..** In afwijking van lid 3 en lid 4 wordt het forfait niet toegepast op verblijf in (mobiele) kampeermiddelen en woningen, die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor de gehele duur van een arrangement, voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, naseizoenarrangement of maandarrangement, doch steeds worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte periode.
Hoofdstuk
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2017